Bericht uit de tuin april 2024

Planten hebben, net als veel levende wezens, de neiging om omhoog te gaan, naar het licht. Daarbij willen ze niet omvallen en dus hebben ze een hoogte die in balans is met de stevigheid van hun stengel of stam, van hun takkengestel en van hun wortelgestel. Zo kunnen ze zelfstandig staan. Dit geldt echter niet voor klimplanten. Die hebben een steuntje nodig. Haal je het steuntje weg, dan vallen ze, boem, plat op de grond. Klimmers zijn er in soorten en maten, maar allemaal hebben ze zo hun eigen manieren om zich omhoog te werken. De hechtende klimmer maakt gebruik van verticaal oppervlak waarop hij zich vastzet. Een vergelijking met onze moderne klimwanden ligt voor de hand. Iedereen die de wilde wingerd wel eens van dichtbij heeft bekeken, kent de voetjes waarmee hij naar boven klautert. De rankende klimmer heeft die voetjes niet. In de natuur gebruikt hij een boom of een heester als steunpilaar. In de botanische tuin staan leiden we rankende klimmers, zoals blauwe regen, akebia en clematis, ook wel langs pergola’s van hout of staal. De drie blauwe regens, naast de kas, steunen op houten draagconstructies en ze zijn al meer dan 35 jaar oud. In de komende weken zullen ze weer schitterend bloeien.

Hanneke Schreiber, april 2024

Scroll naar boven