Werken aan de Groene Stad 2026: inspireren en verbinden
Voor het derde jaar op rij was de zaal van de Botanische Tuin Kerkrade volledig gevuld voor het symposium Werken aan de Groene Stad. Blijkbaar raakt het onderwerp een gevoelige snaar. Want waar vergroening ooit vooral een wens was, is het inmiddels een noodzaak geworden. Klimaatverandering, hittestress, droogte en wateroverlast stellen onze steden voor grote uitdagingen. Juist daarom kwamen professionals, bestuurders, ontwerpers, uitvoerders en betrokken inwoners samen om kennis te delen en vooral van elkaar te leren.
Het symposium is een coproductie van Festival Kirchroa va Mörje en de Botanische Tuin Kerkrade. Daarmee vormt het een bijzondere schakel binnen een bredere festivalweek waarin jong en oud ontdekken hoe kleine, praktische keuzes kunnen bijdragen aan een duurzamere toekomst. Waar het festival vooral inwoners inspireert en activeert, richt het symposium zich op de professionals, bestuurders, ontwerpers, uitvoerders en andere stakeholders die dagelijks werken aan de vergroening van onze leefomgeving.
Dagvoorzitter Wim Didderen leidde de middag met vaste hand. Hij wist de rode draad tussen de verschillende bijdragen zichtbaar te maken, stelde kritische vragen waar dat nodig was en zorgde ervoor dat de discussie niet bleef steken in succesverhalen alleen. Wat werkt werkelijk? En hoe vertalen goede ideeën zich naar concrete resultaten?
De eerste spreker, Jaco Appelman, medeoprichter van de opleiding Bio Inspired Innovation en auteur van het boek Zo kan het ook, nam het publiek mee in de fascinerende wereld van biomimicry: innovatie geïnspireerd door de natuur. Zijn boodschap was helder. De natuur heeft miljoenen jaren ervaring in het oplossen van problemen. Waarom zouden wij daar niet van leren?
Met aansprekende voorbeelden liet hij zien hoe natuurlijke processen en vormen model kunnen staan voor nieuwe toepassingen. Van vliegtuigvleugels die zijn afgeleid van vogels tot dakbedekkingen geïnspireerd op de isolerende werking van een ijsberenhuid. Zelfs resten van mosselen en schelpen blijken bruikbaar als grondstof voor innovatieve productiemethoden zoals 3D-printen. Wat begon als een inspirerend verhaal groeide uit tot een andere manier van kijken: niet langer de natuur als leverancier van grondstoffen, maar als leermeester. Buiten op het gras maakte Appelman zijn verhaal zelfs letterlijk voelbaar. Tijdens een interactieve oefening ervoeren deelnemers wat er gebeurt wanneer een systeem uit balans raakt. De oefening maakte indruk. Ineens werd zichtbaar én voelbaar hoe kwetsbaar onderlinge verbanden zijn en hoe snel verstoringen gevolgen hebben voor het geheel.
Na koffie en Limburgse vlaai verplaatste de aandacht zich van inspiratie naar uitvoering. Lars Vincken van BMM Groen en Rik Speijcken van Planburo B gaven een inkijk in de projecten Wijken voor Groen en Groene Oases in Heerlen. Hun verhaal ging niet alleen over planten, bomen en vergroende straten, maar vooral over mensen.
Aan de hand van drie Heerlense wijken lieten zij zien hoe vergroening in de praktijk werkt. Of beter gezegd: hoe complex die praktijk soms is. Bewoners, ondernemers, verkeersstromen, budgetten, planning en uiteenlopende belangen moesten met elkaar in balans worden gebracht. Toch slaagden de projecten erin om buurten groener, aantrekkelijker en klimaatbestendiger te maken. Bewoners waren tevreden, verkeersknelpunten werden aangepakt en op sommige plekken ontstond zelfs meer parkeerruimte dan voorheen. Hun presentatie maakte duidelijk dat succesvolle vergroening niet begint met een schetsontwerp, maar met luisteren, samenwerken en volhouden.
In het afsluitende panel vertelden Marc Verjans (gemeente Kerkrade), Maurice Mommers en Linda Steenland (gemeente Voerendaal) en Bart Smeets (gemeente Landgraaf) hoe hun gemeenten werk maken van vergroening. Daaruit bleek dat vergroening allang niet meer uitsluitend onderwerp is van beleidsnota’s. Overal in de regio worden concrete projecten uitgevoerd en wordt actief gezocht naar manieren om inwoners daarbij te betrekken.
Opvallend was de gedeelde overtuiging dat samenwerking steeds belangrijker wordt. Zoals wethouder Bart Smeets benadrukte, kijken gemeenten steeds vaker over hun eigen grenzen heen. Binnen Parkstad worden kennis, ervaringen en kansen gedeeld. De tijd van “ieder voor zich” lijkt voorbij. Bovendien zijn er steeds meer mogelijkheden om financiering te organiseren voor projecten die bijdragen aan een groenere en klimaatbestendige leefomgeving.
De toon van de middag was eigenlijk al gezet tijdens de opening aan het begin van het symposium door voorzitter Huub Wiermans van de Botanische Tuin Kerkrade. Hij benadrukte dat een museum niet alleen de taak heeft om waardevolle collecties te bewaren, maar ook om die collecties relevant te maken voor de samenleving van vandaag.
“Alleen tonen wat je hebt is niet voldoende. Juist de verbinding tussen onze collectie en actuele maatschappelijke vraagstukken geeft betekenis aan wat wij beheren en behouden.”
Volgens Wiermans is Werken aan de Groene Stad daarvan een treffend voorbeeld. De gevolgen van klimaatverandering zijn immers overal zichtbaar: warmere steden, langere periodes van droogte en steeds extremere regenbuien. Dat vraagt om gezamenlijke actie van overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties én inwoners.
Terugkijkend bleek die gedachte misschien wel de belangrijkste opbrengst van de dag. Tussen de presentaties, tijdens de pauze en na afloop ontstonden gesprekken, werden contacten gelegd en afspraken gemaakt. Mensen vonden elkaar rond een gedeelde opgave die geen enkele organisatie alleen kan oplossen.
Zo werd de derde editie van Werken aan de Groene Stad meer dan een symposium. Het werd een ontmoetingsplaats voor ideeën, samenwerking en nieuwe initiatieven. Een middag waarop kennis werd gedeeld, inspiratie werd opgedaan en vooral zichtbaar werd dat steeds meer mensen bereid zijn samen te werken aan een groenere, gezondere en toekomstbestendige stad.
Symposium Werken aan de Groene Stad: een schot in de roos, voor de derde keer op rij.
Klik op de foto om deze groter te bekijken.














