Bericht uit de tuin Augustus 2025

Beste lezer,

Schaduw en hitte

Nu deze dagen de temperatuur dik boven de 30°C komt, is het goed om te weten dat er plekken zijn waar de hele dag de schaduw heerst. Bomen zijn onovertroffen in het creëren van schaduw. De coniferenlaan in de Botanische Tuin is een plek waar de naaldbomen zo dicht op elkaar staan dat de zonnestralen de bodem vrijwel niet raken en dat maakt dat de coniferenlaan een paar graden koeler is dan de rest van de tuin. Langs de paden staan verspreid een paar bankjes waar men te midden van een fantastische collectie bomen lekker kan zitten, of een boekje kan lezen.

Heerlijk, toch?

Maar natuurlijk zijn er in de tuin ook planten en bomen die juist van zoveel mogelijk hitte houden. Zoals het Indisch bloemriet (Canna indica). Bij het horen van de naam zou je denken dat de plant uit Indonesië komt, maar dat is niet zo. De soort komt oorspronkelijk uit de tropische en subtropische delen van Midden- en Zuid Amerika. Daar worden de wortelstokken al duizenden jaren geteeld en gebruikt/gegeten. De wortels zijn rijk aan zetmeel.

Het Indisch bloemriet is vandaag de dag verspreid over grote delen van de tropen en subtropen.  De canna’s in onze tuin zijn hybriden. Elke winter worden ze in de kas gezet om ze te beschermen tegen vorst.

De Albizia julibrissin moet niets van schaduw hebben. En hoe warmer hoe beter. Oorspronkelijk komt de soort uit gebieden tussen Iran, Azerbeidzjan tot in China en Korea. In Nederland staat de boom ook wel bekend als de Perzische slaapboom. Het is een kleine boom met een hele brede kroon. De bladeren zijn groot, tot 40 cm lang, en ze zijn, net als veel varenbladeren, dubbel en even geveerd. Als de zon ondergaat vouwen de kleine blaadjes zich dicht om de volgende ochtend weer open te klappen.

Omdat het Nederlandse klimaat eigenlijk te koel is voor de A. julibrissin, bloeide ons exemplaar, ondanks zijn beschutte standplaats, de afgelopen jaren maar matig. Dit jaar gaat het een stuk beter. De bloemen zijn al net zo bijzonder als zijn blad. De bloemen zijn wit en staan in bundels bij elkaar. Het zijn de opvallende roze meeldraden – die wel drie centimeter boven de bloemen uitsteken – die zo kenmerkend zijn.

Afgelopen mei werd in de nutstuin een sierpompoen (Cucurbita pepo cv.) geplant en nu, na een paar maanden, heeft de plant enorme proporties aangenomen. Het is een éénjarige plant, dus de hele plant zal in de herfst afsterven.

De vruchten, de pompoenen, hebben warmte nodig om rijp te worden. Tegen de tijd dat de steel van de vrucht bruin en droog is geworden, is de pompoen klaar om geoogst te worden.

Vervolgens moet hij op een zonnige plek nog een paar weken narijpen.
De sierpompoen komt oorspronkelijk uit Mexico en wordt, net als het Indisch bloemriet, al héél lang als voedsel gebruikt. Europese kolonisten namen de soort in de 16de eeuw mee naar Europa. Door de eeuwen heen zijn er talrijke variëteiten ontstaan: bont, groen, geel, rond, langwerpig, flesvormig, noem maar op.

Hanneke Schreiber, collectiebeheerder Botanische Tuin Kerkrade – augustus 2025

Klik op de foto om deze groter te bekijken

Scroll naar boven